Bij claudicatio intermittens wordt, door een vernauwing van de bloedvaten in het been, te weinig zuurstofrijk bloed naar de spieren gevoerd. Tijdens inspanning, zoals wandelen, ontstaat een zuurstoftekort in de spieren. Het gevolg hiervan is kramp en daardoor pijn.

De pijn zit meestal in de kuit maar kan ook voorkomen in de bovenbenen of de bilspieren, dit is afhankelijk op welke plaats de vernauwing zich bevindt. In de volksmond wordt claudicatio intermittens ook wel “etalagebenen” genoemd.

Wat is de behandeling?
De eerste keus voor de behandeling van etalagebenen is looptherapie onder begeleiding van een gespecialiseerde fysiotherapeut. In principe zal men pas een chirurgische ingreep krijgen wanneer looptherapie niet tot voldoende resultaat heeft geleid, of bij een acute verstopping van een slagader.

Het doel van de looptraining is onder begeleiding het optimaliseren van het looppatroon, verbetering van de loopafstand en afname van pijn tijdens het lopen.

Tijdens het lopen ontwikkelt men namelijk collateralen. Dit zijn kleine bloedvaten naar de spieren, die in aanleg reeds aanwezig waren, maar waar voorheen nauwelijks bloed doorheen stroomde. Deze bloedvaatjes nemen onder invloed van looptherapie gedeeltelijk de functie van de vernauwde beenslagader over.